Strijpen/De Berk

Zevenbergseweg 21, Etten-Leur

Natuurgebied in het noorden van Etten-Leur met Het Molenpad als wandelroute. Lees verder

Een mooi natuurgebied in het noorden van Etten-Leur, dat is voorzien van een wandelroute: Het Molenpad. Het is een typisch overgangsgebied van klei naar zand. 

Het gebied grenst aan de Zwartenbergsepolder en is uiteraard opengesteld is voor publiek. In dit gebied bevinden zich oude turfputten. Wandelend door dit gebied waant u zich in de middeleeuwen. Gezien de lage ligging van dit gebied is het aan te bevelen om dicht schoeisel te dragen. Bij enigszins nat weer zijn laarzen zeker geen overbodige luxe.

Het gebied kent 2 ingangen: schuin tegenover de Haagse Dijk, vlakbij de Zwartenbergse molen en de andere ingang ligt ongeveer 400 meter oostelijker aan de Strijpenseweg.
Een hele ronde is ongeveer 3 km.

Flora, o.a. bijzondere soorten als: Draadzegge, Veenpluis, Padderus, Blauwe zegge, Stijve zegge, Kruipwilg, Lage zegge, Groet ratelaar, Wateraardbei, Spaanse ruiter, Blauwe knoop, Kruipend zenegroen, Dotterbloem, Moeras- en Hondsviooltje.
Bij de moerassige gebieden: Overzegge, Hoge cyperzegge, Pluimzegge, Moeraszegge en soms Poelruit of Blaaszegge, Dotterbloem, Waterviolier, Waternavel en wateraardbeid.
Overgangsgebied van zand naar klei:
In het overgangsgebied van zand naar klei kwamen tot begin jaren ’60 kritische soorten voor als Krabbescheer, Vlozegge, Groenknolorchis, Kleine Valeriaan, Melkviooltje, Bevertjes, Vleeskleurige orchis en Moeraskartelblad, deze zijn daarna verdwenen. Ronde zegge, Dotterbloem, Waterviolier en Waterdrieblad zijn sterk achteruitgegaan en schraalgraslanden zijn vrijwel verdwenen. Nog steeds komen er redelijk wat botanische waarden voor (elementen van het Veenmosrietland, Borstelgrasland, Blauwgrasland, Dotterbloemgrasland en Grote Zeggeverbond).

Fauna, o.a. weidevogels als Grutto, Watersnip en Tureluur. Daarnaast komen in de nattere delen van het gebied Moerasvogel voor als Blauwborst, Bruine kiekendief, Rietzanger, Sprinkhaanrietzanger en Waterral. Wintergasten als de Kleine zwaan komen voornamelijk in het noorden van het gebied voor in de agrarische percelen. Langs de Laakse Vaart zijn tussen de Hoevense weg en de Kuierstraat IJsvogels en Steenuilen waargenomen.
Wat betreft zoogdieren komen in het gebied voor: Waterspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Aardmuis, Bunzing, Wezel, Hermelijn en verschillende soorten vleermuizen.